Mensen en dingen in de winkel
Kruiswoordraadsel (B. Meyns)
Vul in. Let op: "ij" heeft twee vakjes!
Horizontaal |
| 1. | Plaats waar veel auto's kunnen staan. | | 3. | Een lage tafel of kast in een winkel waar de verkoper meestal achter staat. | | 4. | Mensen die in een winkel iets kopen. | | 7. | Daar zet de winkelier de dingen die hij verkoopt met de prijs erbij, meestal achter een raam. | | 9. | Ruimte bij een winkel waar de voorraad wordt bewaard. | | 10. | Een blaadje met reclame of informatie. | | 11. | Een groot plein waaromheen allerlei winkels gebouwd zijn. | | 12. | Een grote winkel waar je bijvoorbeeld groenten, vlees, brood, suiker en koffie kunt kopen. |
|
Verticaal |
| 2. | De dingen die je in een winkel kunt kopen. | | 5. | Een ding met knopjes en een la waar geld in zit. | | 6. | Het is gemaakt van ijzer of hout. Je bergt er iets in op of je hangt er iets aan. | | 8. | Iemand die een winkel houdt. |
|