Wie of wat doet iets? Duid het onderwerp aan!
meerkeuzevragen (B. Meyns)
Duid het juiste antwoord aan!
Tiana en Ellen gaan naar huis.
- Tiana en Ellen
- gaan
- naar huis.
De vader van Helena repareert haar fiets.
- De vader van Helena
- repareert
- haar fiets.
Hij geeft Esther een zoen.
- Hij
- geeft
- Esther
- een zoen.
Dicht bij het bos staat een grote toren naast het huis van Ysaura.
- Dicht bij het bos
- staat
- een grote toren
- naast het huis van Ysaura.
In de verte verdwijnt het vliegtuig aan de horizon.
- In de verte
- verdwijnt
- het vliegtuig
- aan de horizon.
Waarom doet Jana dat?
- Waarom
- doet
- Jana
- dat?
Tijdens de speeltijd werkt Jess soms met Siem aan de computer.
- Tijdens de speeltijd
- werkt
- Jess
- soms
- met Siem
- aan de computer.
Vooraan in de klas zitten Elisa en Britt.
- Vooraan in de klas
- zitten
- Elisa en Britt.
Langzaam verdwijnen Laurens en Jens achter het muurtje.
- Langzaam
- verdwijnen
- Laurens en Jens
- achter het muurtje.
Waarom heeft ze dat gedaan?
- Waarom
- heeft
- ze
- dat
- gedaan?