Goed of slecht gemutst?
Toon alle vragen
Ik zorg dat er geen enkel papiertje op de grond blijft.
Kan ik je helpen bij het aandoen van je jas?
Ik zorg wel voor alles bij het groepswerk.
Kom, ik maak al de moeilijke oefeningen wel voor jou.
Ik help mijn vriend in moeilijkheden.
Ik steek een handje uit in de eetzaal.
Ik toon hoe je deze rekenoefening moet oplossen.
Ik zorg wel voor mijn kleine zus.
De verpleegster zorgt voor de zieken.
Oma, moet ik de boodschappen doen?
Ik wil je steeds helpen, ik dring mijn hulp op.
Mama is overdreven bezorgd.
Heb je al een koek, snoep, drankje, ben je niks vergeten, IK zorg er wel voor!
Ik wil iedereen zijn boekentas wel dragen hoor!
Ik ben bereid een schrift, boek of gerei uit te lenen.